Voornaamwoorden (pronomen)

In dit artikel leg ik meer uit over persoonlijke voornaamwoorden, voorwerpsvorm, bezittelijk voornaamwoorden en wederkerende voornaamswoorden.

Persoonlijke voornaamwoorden (pronomen personale)

Deze vorm verwijst naar een persoon, een groep mensen, voorwerpen of onzichtbare zaken. Door de zin vragend te maken kan je de persoonlijke voornaamwoord (het onderwerp) van de zin achterhalen.

Piet leest een boek (Piet = substantief)
Wie leest het boek? Dat is Piet. Piet is het onderwerp en kan vervangen worden door hij
Hij leest het boek (Hij = persoonlijk voornaamwoord dat verwijst naar Piet)

NederlandsEngelsFransNoorsZweedsDuits
1e persoonikIjejegjagich
2e persoon
(formeel)
jij
u
you
tu
du
Du
du
Ni
du
3e persoonhij
zij
het
he
she
it
il
elle
han
hun
den / det
han
hon
det
er
sie
es
NederlandsEngelsFransNoorsZweedsDuits
1e persoonwijwenousviviwir
2e persoonjullieyouvousdereniihr
3e persoon
(formeel)
zij
u
they
ils / elles
de
de
sie
Sie

Voorwerpsvorm

Deze vorm wordt als onderwerp in de zin gebruikt.

Dit boek is van hem. (hem verwijst naar Piet)

NederlandsEngelsFransNoorsZweedsDuits
1e persoonmijmeme / m’migmich
2e persoon
(formeel)
jou
u
you
te / t’digdich
3e persoonhem
haar
het
him
her
it
le / l’
la / l’


honom
henne
Er
ihn
sie
es
NederlandsEngelsFransNoorsZweedsDuits
1e persoononsusnousossuns
2e persoonjullieyouvousereuch
3e persoon
(formeel)
hen / hun
them
les
dem / dem
sie
Sie

Bezittelijk voornaamwoord (niet-zelfstandig)

Het geeft aan van wie het is. Als er in de zin een onderwerp staat, dan is het bezittelijk voornaamwoord niet zelfstandig.

Ik vergat mijn fiets (mijn geeft aan van wie de fiets is)

NederlandsEngelsFransNoorsZweedsDuits
1e persoonmijn / m’nmymein(e)
2e persoon
(formeel)
jouw / je
uw
your
dein(e)
3e persoonzijn / z’n
haar / d’r
his
her
its






sein(e)
ihr(e)
NederlandsEngelsFransNoorsZweedsDuits
1e persoononze / onsourunser(e)
2e persoon
(formeel)
jullie
uw
yours
euer / eure
3e persoonhuntheirihr(e)

Bezittelijk voornaamwoord (zelfstandig)

Het geeft aan van wie het is. Als uit de zin niet afgeleid kan worden wat het onderwerp is, dan is het bezittelijk voornaamwoord zelfstandig.

Het is de meine (meine geeft aan van wie het is, maar in de zin staat verder geen onderwerp)

NederlandsEngelsFransNoorsZweedsDuits
1e persoonmeineminemein(e)
2e persoonjouweyoursdein(e)
3e persoonzijne
hare
his
hers



sein(e)
ihr(e)
NederlandsEngelsFransNoorsZweedsDuits
1e persoononzeoursunser(e)
2e persoonuweyourseuer / eure
3e persoonhunnetheirsihr(e)

Wederkerend voornaamwoord

De naam van het voornaamwoord verklapt zichzelf al, het komt terug.

Ik haas me
Hij verslikt zich

NederlandsEngelsFransNoorsZweedsDuits
1e persoonmemyselfmig
2e persoon
(formeel)
je
U
yourself
dig
Er
3e persoonzich
zich
himself
herself
itself




sig
sig


NederlandsEngelsFransNoorsZweedsDuits
1e persoononsourselvesoss
2e persoonjullieyourselveser
3e persoonzijthemselvessig

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *